Nieuw samengesteld vermogen op zoek naar nieuw evenwicht

Nieuw is het al lang niet meer, een nieuw samengesteld gezin. En ja, natuurlijk ziet een ouder zijn ‘nieuwe’ kinderen zo graag als de ‘eigen’ kinderen. Maar het plaatst familiale ondernemers vaak wel voor een bijzondere uitdaging: de generatiewissel van het zakelijk en privévermogen zo organiseren dat er een goed evenwicht wordt gevonden tussen wat de opvolgers willen en kunnen en… de overdrager zelf graag geregeld wil zien. Met de complexiteit van een gezinssituatie groeit vaak ook de uitdaging om zo’n uitgebalanceerde oplossing uit te dokteren.

Liefde op het tweede gezicht

Zoals bij Roger (64) en Marianne (65). Elkaars tweede grote liefde nadat ze ongeveer in dezelfde periode, nu al weer bijna 30 jaar geleden, hun huwelijkspartner hadden verloren. Ze leven al enkele decennia wettelijk samenwonend.

Roger heeft twee kinderen uit zijn eerste huwelijk: Jef en Lies. Marianne ook: Mia en An. Samen kregen ze een kwarteeuw geleden nog een zoon: Jan.

Tot het eigen vermogen van Roger behoort de gezinswoning (€ 500.000), 2 opbrengsteigendommen (samen € 700.000) en zijn installatiebedrijf (waarde geschat op € 1,5 miljoen). Marianne heeft voor € 200.000 beleggingen op eigen naam. Jef, de zoon van Roger, en Jan, de zoon die hij samen met Marianne heeft, werken al in het bedrijf en hebben de meeste interesse om het bedrijf later samen verder uit te bouwen. Lies koos bewust voor een andere carrière.

Heldere vragen

“Roger kwam met een aantal heldere vragen tijdens ons eerste gesprek,” zegt vermogensplanner Jo Stremersch (Stremersch, Van Broekhoven & Partners). “Hoe kon hij Marianne – en haar levensstandaard – beschermen als hij er niet meer zou zijn? En hoe kon hij dat regelen zonder aan de reservataire rechten van de kinderen te raken enerzijds en een familiaal conflict over het familiebedrijf te vermijden anderzijds?” Een delicate evenwichtsoefening.

Train de vie

De langstlevende partner erft, bij wettelijke samenwoning, enkel het vruchtgebruik over de gezinswoning en betaalt daarover geen erfbelasting. “Dat was de facto niet voldoende voor Marianne om in haar levensonderhoud te blijven voorzien,” zegt Jo Stremersch. “Daarvoor moest dus sowieso al een oplossing gevonden worden.”

De kinderen van Roger (Jef, Lies en Jan) erven, op hun beurt, in principe de naakte eigendom van de gezinswoning en – samen en dus in onverdeeldheid – de volle eigendom van de zaak en de onroerende goederen. “In dat geval zouden ze echter, indien niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden inzake het verlaagd tarief voor vererving van familiale ondernemingen in het Vlaamse Gewest, ook elk € 132.600 erfbelasting – samen dus bijna € 400.000 – dienen te betalen,” stipt Jo Stremersch aan. “Dat geld was simpelweg niet voorhanden. En dan moet je al kijken naar een schenking Belgische of Nederlandse notaris.” Bovendien, een echt cadeau was dat sowieso niet: in onverdeeldheid zitten in een bedrijf en een onroerend patrimonium was een recept voor familiale twist.

“Als op moment van overlijden van vader wel aan de voorwaarden voor het verlaagd tarief voldaan zou zijn, dan zouden ze elk € 60.600 – samen € 181.800 – erfbelasting dienen op te hoesten,” vervolgt Jo Stremersch. “Aan die voorwaarden kan voldaan zijn, mits de twee halfbroers de zaak na het overlijden van vader ook effectief samen verderzetten.” Het uittekenen en doorpraten van een plan van opvolging is daarom van groot belang.

Sleutel op de deur

De oplossing die uiteindelijk werd uitgedokterd, gaf Marianne de spreekwoordelijke sleutel van de vermogensverdeling in handen. Jo Stremersch: “Er werd 1 aandeel in het bedrijf aan Marianne verkocht en ze kreeg via de statuten een voorkooprecht op de rest van de aandelen. Daardoor werd ze de facto de scheidsrechter in de opvolging rond het familiaal bedrijf en kon ze de kinderen omzeggens dwingen om er onder elkaar uit te geraken. Roger maakte daarnaast een testament op met toebedeling van het vruchtgebruik over alle goederen – zowel de vruchten van het bedrijf als van het vastgoed dus – aan Marianne. Let wel: de waarde daarvan mocht niet groter zijn dan het vrij beschikbare gedeelte, in casu één vierde van het vermogen, want er zijn 3 kinderen – Jef, Lies en Jan – die erven. Na overlijden van Roger kan Marianne dan het vruchtgebruik op de zaak – waarin zij de facto niet geïnteresseerd is – ruilen voor de naakte eigendom van het vastgoed, waarvan ze dan volle eigenaar wordt. Dat kan met gesloten portemonnees: niemand hoeft iets cash op tafel te leggen. En Marianne kan het vastgoed dan verkopen of verhuren. Alleszins, ze kon er mee in haar levensonderhoud voorzien. En de kinderen: die moeten er dan op dat moment uit geraken voor wat betreft de onverdeeldheid in het bedrijf. “Daarom was het doorgesproken en uitgewerkt opvolgingsplan met respect voor alle stakeholders zo cruciaal,” besluit Jo Stremersch.

(sj)

(de namen in dit artikel zijn fictief)

Vragen? Kom ze ons stellen. We hebben heerlijke koffie. Contacteer ons

 

2019-01-19T10:26:52+01:008 mei 2016|
Show Buttons
Hide Buttons
Lees meer:
de burgelijke maatschap en nieuwe regelgeving
De nieuwe regels van toepassing op burgerlijke maatschappen, wat met hun discretie?

Burgerlijke maatschappen worden boekhoudplichtig en zullen verplicht worden zich in te schrijven in de kruispuntbank van Ondernemingen. In het Belgisch...

Sluiten