Het is intussen algemeen bekend: ons pensioensysteem staat onder druk. Diverse regeringen hebben daarom al maatregelen genomen. Zo zullen we in de toekomst langer moeten werken dan vandaag doorgaans het geval is. Maar ook op andere vlakken is er ingegrepen: de wetgever heeft bepaald dat er een expliciete link is tussen de uitbetaling van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen. Dat lijkt logisch, maar kan vervelende gevolgen hebben. Ik leg u in deze blog uit waarom.

In december 2015 werd een nieuwe wet goedgekeurd, waarin een verbinding werd gemaakt tussen het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen. Concreet komt het erop neer dat het aanvullend pensioen maar mag worden uitbetaald op het ogenblik dat u wettelijk met pensioen gaat.

In eerste instantie was er nog een overgangsregeling voor wie geboren werd voor 1962. Maar wie 57 of jonger is, raden we toch aan om goed na te gaan wat die wet precies voor hem of haar zal betekenen. In de meeste gevallen dateert uw groepsverzekering (loontrekkende) of Individuele Pensioen Toezegging (zelfstandige) immers van voor december 2015. Het contract houdt dus nog geen rekening met de nieuwe regels.

Voorbeeld 1: groepsverzekering werknemers

Wat is de impact dan? Ik leg het even uit aan de hand van een concreet voorbeeld. Als u werknemer bent, kan het best gebeuren dat de eindleeftijd in het contract van uw groepsverzekering op 60 jaar staat. Met andere woorden: u, uw werkgever en de verzekeraar zijn er destijds van uitgegaan dat u vanaf de leeftijd van 60 het aanvullend pensioen uitgekeerd kon krijgen. Maar als u straks pas op 62 of 65 jaar wettelijk met pensioen kan gaan, kan u ook pas op die leeftijd uw groepsverzekering laten uitkeren.

De vraag is dus: wat gebeurt er in de tussentijd met het opgebouwde kapitaal van uw groepsverzekering? Blijven uw reserves verder groeien? En welke rentevoet wordt daarvoor gehanteerd? Zal alleen het gestorte kapitaal verder opbrengen? Of worden er interesten opgebouwd op basis van het volledige bedrag? Dit geldt des te meer voor mensen die in een eindeloopbaanregeling zitten volgens het SWT-stelsel (het vroegere brugpensioen).

U merkt meteen dat het verschil van enkele jaren een fikse slok op de borrel kan schelen voor uw aanvullend pensioen. Als werknemer kan u niet zomaar uw groepsverzekering wijzigen. U terdege informeren is dus zeker nuttig, zodat u tijdig de juiste maatregelen kan nemen om uw aanvullend pensioen te optimaliseren.

Voorbeeld 2: IPT-contract zelfstandigen

Bent u zelfstandige en heeft u een IPT afgesloten om in een aanvullend pensioen te voorzien? Dan kan u makkelijker ingrijpen in uw overeenkomst. U kan een verlenging van uw contract proberen te onderhandelen met uw verzekeringsmaatschappij. Maar let wel op :  in de huidige marktomstandigheden, staan verzekeraars niet te springen uw reserves langer aan te houden en te laten opbrengen.

U kan een IPT-contract tot 65 jaar of 67 jaar verlengen, maar hou daarbij rekening met de rentevoet voor de opgebouwde reserves en die voor het verder oprenten. De vraag is ook wat er gebeurt met eventuele bijkomende premies die u gaat storten. Kan dat nog aan gunstige voorwaarden binnen het huidige contact? Of gaat u daarvoor beter een nieuwe overeenkomst aan?

Het spreekt voor zich dat als u hierover het gesprek wil aangaan met u verzekeraar, u beter niet wacht tot het einde van de rit. Hoe jonger u bent, hoe beter uw positie om te onderhandelen.

Overlijdensdekking

Informeer u zeker ook over de overlijdensdekking. Sommige oude verzekeringscontracten voorzien niet in een dekking. Vaak zal dit risico maar gedekt zijn tot de eindvervaldag. Als dat uw 60ste verjaardag is, en u kan uw aanvullend pensioen op dat moment niet opnemen: wie zorgt dan de volgende jaren, tot aan uw wettelijk pensioen, dat het overlijdensrisico verzekerd is? En tegen welke voorwaarden?

En wat met langer werken?

Een andere problematiek die opduikt als gevolg van de nieuwe wet, is dat het aanvullend pensioen verplicht uitbetaald moet worden op de wettelijke pensioenleeftijd. Maar stel dat u zich nog kwiek genoeg voelt op 65 jaar en u nog even wil doorwerken… Dan zal u toch brieven krijgen van de pensioendienst om over te gaan tot de uitbetaling van uw pensioen. Ons systeem is op dat vlak nog niet klaar voor langer werken en om dus langer te sparen voor het aanvullend pensioen.

Er zitten dus een paar eigenaardige kronkels in de wetgeving. In ons kantoor zien we meer en meer problemen opduiken. We raden daarom aan om nu al alle verzekeringscontracten voor aanvullend pensioen in kaart te brengen, zelfs al bent u een prille veertiger. De website MyPension.be is daar een handige tool voor.

In een volgende fase kan u dan uw makelaar aan het werk zetten om te bekijken wat de mogelijkheden zijn en welke gevolgen uw keuzes hebben. Niet in het minst ook op het vlak van de eindfiscaliteit op uw aanvullend pensioen. Kort samengevat komt het erop neer dat wie tot aan de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) of langer werkt, een taks van 10% betaalt. Wie nog vroeger zijn aanvullend pensioen zou opnemen, moet rekening houden met een heffing van 16,5%.

Hoog tijd dus om u eens met uw pensioen bezig te houden, zelfs al denkt u er nog lang niet aan. Het is een nuttige tijdsinvestering met mogelijk een hoog rendement! Ons kantoor is ter beschikking mocht u daar graag vanuit een onafhankelijk standpunt advies over willen.

JS