Groepsverzekering niet altijd beste optie

Ondernemers kunnen niet alleen een pensioenpotje opbouwen via een groepsverzekering, ze kunnen dat ook doen door een liquidatiereserve aan te leggen. Maar wat is het interessantst?

Voor een ondernemer is de pensioenspaarpot vaak datgene dat hij heeft opgebouwd in de vennootschap.  Hij rekent op de winsten van het verleden die zich in de vennootschap hebben opgestapeld onder de vorm van overgedragen reserves. Het is alvast voordelig om die reserves in de vennootschap te laten. Want de reserves uitkeren als dividend heeft een hoog fiscaal kostenplaatje. Zo is de roerende voorheffing op dividenden sinds begin dit jaar nog opgetrokken van 25% naar 27%. En door het recente begrotingsakkoord zelfs tot 30% !

De vraag is vervolgens wel hoe de ondernemer de reserves binnen de vennootschap best kan gebruiken om een pensioenspaarpot op te bouwen. In wezen zijn er daarvoor drie verschillende pistes:

  • De reserves binnen de vennootschap aanwenden als premie voor een groepsverzekering
  • Een liquidatiereserve aanleggen en die later uitkeren als dividend
  • Een liquidatiereserve aanleggen en uiteindelijk de vennootschap helemaal liquideren op het moment van de pensioenleeftijd

Gemoedsrust

We nemen het voorbeeld van Luc en Inge. Ze zijn 45 jaar en runnen samen een gezonde kmo. De zaken lopen niet slecht en doorheen de jaren hebben ze samen een mooie spaarbuffer opgebouwd in de vennootschap. Omwille van het hoge fiscale kostenplaatje hebben ze nooit overtollige liquiditeiten uit hun vennootschap overgebracht naar hun privé-vermogen. Voor Inge bood die aanpak altijd een grote gemoedsrust: zo was er altijd genoeg kapitaal in de vennootschap om onvoorziene risico’s op te vangen of om in te spelen op onverwachte opportuniteiten. Bovendien waren Luc en Inge door die aanpak niet te sterk afhankelijk van bankkredieten. Ze groeiden hierdoor iets minder snel, maar wel zeker zo stabiel.

Op aanraden van hun accountant hebben ze vorig jaar een liquidatiereserve aangelegd. Mochten ze de winst hebben uitgekeerd onder de vorm van dividend, dan hadden ze op die winst 27% roerende voorheffing betaald. Als ze daarentegen op de winst na belastingen van het inkomstenjaar  een afzonderlijke heffing van 10% betalen en vervolgens het resterend bedrag van de winst boeken op een reserverekening, dan leggen ze voor dat jaar een liquidatiereserve aan. Deze reserve moet gedurende 5 jaar blijven staan en mag niet eerder worden uitgekeerd.

Als de liquidatiereserve binnen de 5 jaar toch nog wordt uitgekeerd als dividend, bedraagt de roerende voorheffing op dit dividend 17%. Dat komt bovenop de initiële heffing van 10%. Blijft de liquidatiereserve daarentegen minimaal 5 jaar behouden om pas daarna als dividend te worden uitgekeerd, dan bedraagt de roerende voorheffing op dit dividend nog amper 5%. Er is zelfs helemaal geen roerende voorheffing verschuldigd als de vennootschap na 5 jaar wordt ontbonden.

Groepsverzekering of liquidatiereserve?

De vraag die Luc en Inge zich nu stellen is wat nu voor hen de meeste efficiënte manier is om een pensioenspaarpot op te bouwen: een liquidatiereserve aanleggen of toch een premie storten in een groepsverzekering? De keuze is nog relevanter omdat de meeste verzekeraars er nog met moeite in slagen om een gewaarborgd rendement van 1% te bieden en er ook de komende jaren eerder neerwaartse druk op die rendementen zal blijven bestaan.

Kiezen voor een groepsverzekering of een liquidatiereserve? Een eenduidig antwoord is er niet. Op het eerste gezicht lijkt de groepsverzekering de beste optie.  De betaalde premie is een aftrekbare kost voor de vennootschap waardoor je naast het financieel rendement ook een fiscaal rendement krijgt.  Daar staan wel verschillende kosten tegenover: een taks van 4,4% op de premie, instapkosten en beheerskosten.  Op het einde van de rit zijn er ook nog belastingen verschuldigd: een RIZIV-bijdrage van 3,55%, een solidariteitsbijdrage van 2% en 16,5% belastingen (of 10% indien actief tot 65 jaar) plus de gemeentebelasting.

De liquidatiereserve daarentegen vertrekt vanaf de winst na belasting en vervolgens is het afhankelijk van hoe je liquiditeiten in de vennootschap kan of wil beleggen. Het netto-beleggingsresultaat kan dus sterk variëren. Het is afhankelijk van het type belegging waarvoor de ondernemer kiest, of die in lijn is met de notionele intrestaftrek, de tijdshorizon en of de meerwaarden in de vennootschap belastbaar zullen zijn.

Een horizon van 15 jaar

Als we dan de berekening maken, zien we dat de groepsverzekering voordeliger blijft zolang de horizon korter is dan 15 jaar.  In dat geval zouden de beleggingen in de vennootschap al minstens 4,85% netto per jaar moeten opbrengen om netto beter uit te komen.  Heeft u evenwel een horizon van 20 jaar of meer dan daalt de vereiste netto-return al tot 3,57%.  Overweegt de ondernemer een liquidatie van zijn onderneming op termijn, dan zijn de rendementsvereisten binnen de vennootschap nog een heel stuk lager en blijkt beleggen in de vennootschap gecombineerd met de liquidatiereserve ook voor een kortere horizon (minstens 12 jaar) een te overwegen alternatief.  Dat veronderstelt natuurlijk wel dat de bedrijfsleider bereid is om de beleggingsrisico’s niet te schuwen. Als de overtollige liquiditeiten enkel op een spaarrekening of termijnrekening worden geparkeerd, zal het nooit lukken om met de beleggingen binnen de vennootschap een hogere netto-return te realiseren dan bij een groepsverzekering.

TABEL: Welk rendement moet een ondernemer met de liquidatiereserve realiseren om voordeliger te zijn dan de groepsverzekering?

Horizon Uitkering van de liquidatiereserve als dividend Volledige liquidatie van de vennootschap (op pensioenleeftijd) en eenmalige opname van de liquidatiereserve
5 jaar 21,58% 13,24%
10 jaar 7,85% 6,09%
15 jaar 4,85% 4,10%
20 jaar 3,57% 3,17%

(hypothese : opname op 62 jaar, gewaarborgd rendement 0.5 %, instap/beheerkost 1 %)

De keuze voor een groepsverzekering of liquidatiereserve is dus afhankelijk van heel veel verschillende individuele factoren. Wat zijn de persoonlijke doelstellingen van de ondernemer? Wat is zijn visie omtrent het beëindigen van de vennootschap? Hoeveel beleggingsrisico’s wil hij nemen? En hoe ziet het totaalplaatje van zijn vermogen er uit?  Het loont zeker te moeite dit ten gronde te laten analyseren.

Stremersch, Van Broekhoven & Partners kan in deze adviseren, bekijk gerust onze portefeuillescan en/of pensioenscan .

(sj)

Vragen? Kom ze ons stellen. We hebben heerlijke koffie. Contacteer ons

2019-01-19T10:26:51+02:0018 oktober 2016|
Show Buttons
Hide Buttons
Read more:
Te vermijden: ongeruste erfgenamen

De nieuwe Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie heeft zijn entree niet gemist. Bart Tommelein kondigde meteen aan dat de...

Close