Nogal wat mensen worden flink zenuwachtig door de negatieve rente op de geldmarkten. Alleen gewone spaarboekjes geven nog een positieve rente van  0,11%. Wanneer je de huidige inflatiecijfers verrekent verlies je evenwel onafgebroken geld. Attente beleggers zijn daardoor wanhopig op zoek naar eventuele alternatieven. Die zijn er echter nauwelijks. Word maar eens flink boos, heet het dan. Ga in het beste geval keihard onderhandelen met je bankier of geef er de voorkeur aan om moedig door de zure appel heen te bijten.

Dit zijn heus wel moeilijke tijden. De hele financiële wereld staat overeind. Dat heeft allemaal nog steeds te maken met de uitlopers van de financiële crisis. Om het vertrouwen in de bankwereld te garanderen hebben de Europese Centrale Bank (ECB) en ex-voorzitter Mario Draghi hun beleidsrente sinds 2011 systematisch verlaagd. Het gaat erom de liquiditeit tussen de banken te versterken. Maar het lijkt maar niet te lukken. De banken zetten hun spaargelden onvoldoende om in kredieten. Je gaat als bedrijf niet onnodig gaan investeren omdat de kostprijs van een krediet ‘gesoldeerd’ wordt. Vandaar de strafrente die de ECB al een aantal jaren aanrekent aan de financiële instellingen voor gelden die er geparkeerd worden. Vandaag zelfs al 50 basispunten, plus een solidariteitstaks. Zowel de geldmarktrentes als de langetermijnrentes gingen in navolging eveneens naar historische dieptepunten.

Indien die negatieve rente zich in de komende maanden verder zou doorzetten is het niet onwaarschijnlijk dat de Belgische banken de wettelijke verplichting op een positieve rente van 0,11% zullen proberen te doorbreken. Waardoor de zoektocht naar alternatieven voor dat negatieve scenario pas helemaal urgent wordt.

Er zijn effectief nog wel enkele uitwegen. Maar of die voldoende garanties bieden? Het lijkt onwaarschijnlijk. Het gaat er immers altijd om een hoge liquiditeit te garanderen en nominale minwaarden in euro te voorkomen.

Zo kun je nog beleggingen kopen in cashfondsen in euro. Omdat dergelijke fondsen beleggen in kortlopend schuldpapier worden die dus de facto geconfronteerd met hetzelfde probleem als een bank die spaartegoeden omzet in kortlopende kredieten. Zowel de lopende kosten als de instapkosten wegen op het rendement. Het risico op minwaarden is bovendien latent aanwezig.

Sommige beleggers houden het bij ETF’s in euro, zogenaamde trackers. Maar ook hier geldt de vaststelling dat de rendementen van ETF’s zeker niet significant hoger zijn dan die van actief beheerde cashfondsen.

Wat met termijndeposito’s?  Enkele retailbanken bieden hun klanten inderdaad nog een marginaal positieve rente aan op hun termijnbeleggingen. Zo Argenta, AXA en NIBC. Afhankelijk van de gekozen looptijd van 1 maand tot 12 maanden kun je er nog een nominaal rendement op realiseren. Alleen is de liquiditeit van die formules daardoor relatief beperkt en kun je er evenmin een positieve return op realiseren. Het lijkt er trouwens op dat de bewuste banken hun kortlopende termijndeposito’s vooral in de markt zetten om er nieuwe klanten mee te lokken. De klantenrelatie zal er evenwel niet duurzaam door zijn.

En wat dan nog met het commercial paper dat bepaalde bedrijven uitgeven? Uiteraard realiseren die eveneens een negatieve rente.   Zelfs als een particuliere belegger al toegang heeft tot commercial paper en voldoende kapitaal, zijn er zeer weinig omstandigheden waarin het voor individuele beleggers zinvol is om dat soort van papier te kopen.  Voor een particuliere belegger moet je je dan wenden tot ETF’s of zeer specifieke beleggingsfondsen.

Een aantal microkredieten, een specifiek financieringsinstrument met kleine bedragen voor oa. bedrijfjes in ontwikkelingslanden zijn vandaag nog in trek. Omdat ze met hun korte looptijden, hun hoge rente en hun historisch laag defaultrisico daadwerkelijk interessant lijken. Alleen moet je er ook rekening mee houden dat de lopende kosten in de regel hoger zijn dan de strafrente op gewone liquiditeiten. Bovendien is er nog een muntrisico en is het universum van de microkredieten echt wel beperkt.

De conclusie is dan ook hard:  er zijn helemaal geen valabele alternatieven om de debetrente op liquiditeiten te ontlopen. Tenzij je bereid bent een belegging met andersoortige karakteristieken -minder liquide of meer risico – te aanvaarden.  Wie zich toch aan termijndeposito’s of commercial paper waagt moet  alvast heel grondig zijn huiswerk maken en zich bij voorkeur laten begeleiden bij de analyse van de belegging die hij opvist. Het komt erop aan de kleine details in elk risico scherp uit te tekenen.

Elke actieve belegger zal zich vandaag daadwerkelijk boos maken, de onzekerheden van het financieel-economisch bestel als een sluipend gif onderkennen en desnoods heihard onderhandelen met zijn bankier. Je kan er allicht nog wel enkele kruimels uithalen. Er zit altijd nog wel ietsje in. Anderzijds zullen we kordaat door de zure appel heen moeten bijten als we niet bereid zijn tot meer risico. Je gaat vandaag als voorzichtige belegger door een heuse dip maar beschouw de negatieve rente dan als een verzekeringspremie voor de zekerheid.

JS